NIDA stelt vragen naar aanleiding van de afschuwelijke gebeurtenis bij stichting As-Soennah

Naar aanleiding van de afschuwelijke gebeurtenis bij Stichting As-Soennah afgelopen zondag, hebben we vanuit NIDA in samenwerking met Haagse Stadspartij, CDA Den Haag, ChristenUnie SGP Den Haag, Partij van de Eenheid en Islam Democraten de volgende rondvraag ingediend voor de commissievergadering van morgen:

Sinds de nieuwe raadsperiode zijn er al meerdere gebeurtenissen in Den Haag geweest waarbij sprake was van vernieling en/of fysieke dan wel verbale dreiging, intimidatie en/of geweld van levensbeschouwelijke instellingen​ van verschillende geloofsgemeenschappen. Afgelopen zondagochtend was het weer zo ver – kort voordat kinderen koranonderwijs zouden volgen – op de gevel van de As-Soennah-moskee in Den Haag een spandoek geplaatst met daarop een walgelijke en provocerende tekst gericht aan islamitische Hagenaars en Hagenezen. Naast het spandoek waren een Arabisch uitziende en deels ontblote pop en in het kruis de pop van een baby geplaatst. Voor ons en voor de islamitische gemeenschappen in Den Haag is dit de zoveelste provocatie/aanval op een geloofsgemeenschap en dit keer specifiek op de islamitische. In het verleden zijn eerdere gebeurtenissen door de burgemeester en het college weggezet als losstaand incident. Dit gaat echter allang niet meer op. Vandaar dat wij gezamenlijk de volgende vragen hebben:

1. Wat is de visie van het college op de gebeurtenis van zondagochtend 3 maart 2019 bij de As-Soennah-moskee in Den Haag?

2. Hoeveel racistische en/of gewelddadige gebeurtenissen hebben er plaatsgevonden in de afgelopen vijf jaar bij moskeeën, synagoges, kerken, tempels en andere gebedshuizen?

3. Welke definitie hanteert het college voor islamofobie en/of anti-moslimracisme?

4. Ziet het college de gebeurtenissen bij de As-Soennah-moskee als een incident?
Zo ja, wanneer is er volgens het college sprake van een structureel probleem? Hierbij graag de indicatoren noemen op basis waarvan een gebeurtenis als incident of structureel probleem wordt gezien.

5. Heeft het college in zicht welke geloofsgemeenschappen en welke moskeeën, synagoges, kerken, tempels en andere gebedshuizen in Den haag verhoogd risico hebben op dreiging, intimidatie en/of geweld?
Zo ja, welke geloofsgemeenschappen en gebedshuizen zijn dit?

6. Wat doet dit college om de veiligheid en vrijheid van gebedshuizen in Den Haag te garanderen en om soortgelijke gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen?

7. Wat doet dit college om de veiligheid en vrijheid van religiebelijdenis van alle Haagse burgers te garanderen?

​8. Is het college bereid, gelet op de meerdere vormen van aanvallen op de As-Soennah-moskee, Ram Mandir en andere gebedshuizen die zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan, om de beveiliging van moskeeën en andere religieuze instellingen in Den Haag te verbeteren en aan te scherpen en te komen met een integrale aanpak op het voorkomen en bestrijden van alle vormen van discriminatie op basis van geloof en levensovertuiging, met extra aandacht voor anti-semitisme en anti-moslimracisme?
Zo ja, graag ons hierover te informeren.
Zo nee, waarom niet?

9. Is het college bereid om een interreligieuze dialoog te starten met vertegenwoordigers van alle Haagse geloofsgemeenschappen met als doel om meer onderling begrip en respect over en weer te bevorderen en het gezamenlijk een vuist maken tegen discriminatie, racisme, antisemitisme in welke vorm dan ook?
Zo ja op welke wijze?
zo nee, waarom niet?

Zodra wij op dit alles een antwoord hebben gekregen, zullen wij dit natuurlijk meteen weer via onze website, en onze social media kanalen met jullie delen.

Stay tuned!

NIDA